Thursday, September 19, 2013

De weg naar Mile 108

Van Rhino Camp Ugab, Namibie naar Swakopmund, Namibie
Het lijkt windstil als we opstaan, alleen is de tent wel wat nat van het temperatuursverschil. We ruimen dus eerst enkel de inhoud van de tent op en gaan dan ontbijten. Hopelijk droogt de tent in de tussentijd. Dat gebeurt helaas niet, het begint weer te waaien en ook te miezeren! Het miezeren houdt wel weer snel op maar ondertussen is de tent toch wel natter geworden in plaats van droger!

We pakken het boeltje maar nat in en vertrekken. Ik zie een beetje op tegen het berg pad terug, gisteren was ik niet gevallen op de laatste 10 km maar dat was meer geluk dan wijsheid. We beginnen aan het berg pad, Sander voorop en ik er achteraan. Rustig aan komen we steeds een stuk verder.

Opeens wordt de weg breder, nu is het moeilijkste stuk geweest, nu volgt enkel nog onwijs irritant wasbordjes hobbelen. We komen bij de grindbak waar Sander gister onderuit was gegaan en rijden er deze keer allebei langsaf. Nu zien we pas dat bij die grindbak in de verte ook piramides staan! Dat hadden we gisteren niet gezien.
Een stukje verder komen we bij de D-weg aan. Zal nu de weg beter worden? Nee hoor, wasbord, wasbord en wasbord. We worden helemaal gek van het getril. Als het even iets vlakker wordt stoppen we. Eerst maar even onze jas aandoen want het is koud.

Met jas aan stuiteren we verder, sommige stukken zijn zo erg dat je amper de 40 km/uur haalt, staand op je motor is de enige manier er door te komen en dan nog voel je de motor de hele tijd een soort van stoppen omdat je geen aandrijving hebt. Weer een stuk verder stoppen we weer. Het is nog altijd te koud, dan toch ook maar onze dikke handschoenen aan.

We stuiteren verder, we moeten 60 km nog over deze weg afleggen tot we bij de kust zien. Al die tijd komen we niemand tegen. We zien wel wat gemsbokken en in de verte nog een struisvogel. En dat terwijl we door een gebied rijden waar geen boom te bekennen is, alles is dor en droog, waar vinden die beesten eten en drinken?

Aangekomen bij de kust slaan we eerst rechtsaf. Eerst naar mile 108 voor benzine. We rijden op de meest vreemde weg. Hij is vlak, dat is heerlijk. Maar als Sander wil remmen constateert hij ook dat hij glad is. Niet remmen, niet sturen dus.

We rijden naar mile 108 maar zien daar geen pomp. Ik ga het vragen aan de man die ik zie lopen en die zegt dat hij wel benzine heeft maar enkel in vaten van 25 of van 20 liter. We besluiten toch maar 20 liter te kopen al weten we niet of dat gaat passen. Als mijn motor vol is, Sander zijn motor vol is, alle jerricans en de brander volledig afgevuld zijn is er nog een beetje benzine over. Dat mag die man dan maar houden.

We rijden weer terug en stoppen bij een plas om te lunchen. Ik rijd de weg af om te stoppen en dat blijkt nogal zacht te zijn. Onze banden zitten onder de blub maar dan sta je ook wel op een mooie lunchplek!

Voor het eerst in tijden houden we onze jas aan bij het lunchen, het is gewoon te koud om iets uit te doen! We smeren onze broodjes staand, onze koffers in de blub neerzetten is misschien ook niet zo een goed plan.

Met gevulde maag rijden we verder. We gaan naar Cape Cross naar het seal reserve. Schijnt geweldig te zijn maar ook onwijs te stinken. We parkeren bij de office en lopen naar binnen. Toegang voor motoren not allowed. Toegang voor Namibiers 30 dollar, voor Zuid-Afrikanen 60 dollar en voor Overseas 80 dollar. Sander is zo pissig dat hij meteen weer naar buiten loopt, waarom moeten wij ruim 2,5 keer de prijs betalen? Ik probeer het uit te vinden maar de vrouw is ook slechts een cassiere. Ze zegt vrolijk 80 dollar per persoon en 10 voor de vehicle. Waarop ik maar even zeg dat die niet eens allowed is. Ze wil best voor ons een uitzondering maken, de motoren mogen mee, voor 10 dollar per motor uiteraard. We besluiten maar weer te vertrekken, 180 dollar voor zeehonden te bekijken waarvan iedereen zegt dat je binnen een minuut weg wilt omdat je vergaat van de stank? Nee dank je.

We rijden door en stoppen nog bij een scheepswrak. Daar spelen de namibiers op in, er staan er meteen een paar om ons heen om ons stenen te verkopen. Nee mensen bedankt we zijn zo al zwaar zat! We bekijken het wrak en gaan weer door.

In Swakopmund aangekomen rijden we eerst langs de Yamaha dealer. Daar vragen we of ze iemand kennen om koffers te laten maken. Die blijken ze echter uit Zuid-Afrika te halen dan gaan we dat wel in Zuid-Afrika regelen. We rijden door naar de Desert Sky Backpackers. Volgens de lonely planet een budget camping. Misschien voor Swakopmund maar niet voor ons hoor! We kunnen camperen voor 120 dollar per persoon. We hebben geen zin om verder te zoeken. We besluiten een nachtje te blijven. Eerlijk is eerlijk het is wel een mooie plek.

We zetten de tent neer en gaan dan eerst maar boodschappen doen, ze hebben een braai hier dus wij gaan weer aan de BBQ. Bij de shoprite kopen we vlees, hout, sla en uiteraard bier en op de terugweg nog even een ijsje bij de Hungry Lion. We lopen terug naar de camping en terwijl Sander de braai aansteekt ga ik de tent inrichten.

Wednesday, September 18, 2013

Wasbordjes

Van Onverwag, Namibie naar Rhino Camp Ugab, Namibie
We verlaten onze camping in the middle of nowhere en gaan eerst naar Uis. Daar tanken we de motoren vol en doen we boodschappen. Wederom wordt het niet braaien omdat ook deze supermarkt weinig keus heeft. In plaats daarvan maken we maar onze mexicaanse hap voor onderweg, gehakt, paprika, mais, kidneybonen, tomatenpuree, taco kruiden en een zak dorito chips.

Vanuit Uis rijden we een klein stukje op een C-weg (ook gravel) en dan nemen we een D-route richting het Rhino camp. Daar willen we slapen omdat in de lonely planet staat dat de westflank van de Brandberg erg mooi is bij zonsondergang. De Rhino camp is de enige camping die we op de kaart zien aan de west kant.

We rijden de D weg op en al snel wordt het een wasbordje. Als het niet onwijs hobbelt dan is het een zandbak. We stoppen om de banden maar iets leger te laten lopen daarna stuiteren en hobbelen we verder. Ergens in een zandbak gaat het dan toch mis, ik val voor de eerste keer in Namibie.

Sander zet mijn motor weer overeind en dan gaan we verder. De weg wordt van kwaad tot erger. Na een ongelofelijk lang en irritant stuk wasbord staan er opeens 4 auto's geparkeerd. Toeristen die ook even uit moeten hijgen na een lang stuk stuiteren? Wij zijn er niet zo blij mee want zij staan op een hard stuk grond geparkeerd en laten voor ons enkel een zandbak over om doorheen te ploeteren. We worstelen door en rijden de stoet voorbij. Die vertrekken even later weer en rijden met een noodgang over de hobbels. Wij stoppen maar want in de mist die hun doen opwaaien zien wij niets meer. Een stuk verderop staat de stoet weer stil en ligt er een band naast de auto. Tja jongens hadden jullie toch beter iets rustiger aan kunnen doen?

Van de D-weg moeten we afslaan om de laatste 10 km af te leggen. Die weg staat niet eens meer op de kaart en uiteindelijk wordt hij ook nog veel erger dan de D-weg. Het begint met een wasbordje daarna krijgen we grind. En daarna krijgen we nog meer grind. Eindresultaat?

Deze keer is het Sander die onderuit is gegaan. We zetten zijn motor weer overeind en gaan weer door. De weg wordt hoe langer hoe smaller en het wordt ook rotsachtiger. Veel grote stenen die gemeen uitsteken en een boel kleine rotstenen die je banden laten dansen. We krijgen het er behoorlijk warm van!

Gelukkig halen we zonder verdere valpartijen de camping. We stappen af en beginnen met de vraag, kun je vanaf hier de Brandberg zien? Nee is het antwoord. Dat is een domper want daarvoor zijn we hierheen gereden. Kunnen we dan Rhino's zijn? Ook dat niet want die zijn erg ver weg. Toch besluiten we maar te blijven, de camping ligt mooi, is niet duur en we hebben geen trek om dat hele stuk nu weer terug te rijden.

We kiezen een campsite en gaan eerst lunchen. Daarna zetten we de tent op, dat is nog best lastig want het waait best wel en bovendien is de grond erg zacht.

Als de tent staat gaan we een stukje lopen. We zien geen enkel dier helaas maar verzamelen wel een mooie portie brandhout.

Terug bij de tent nemen we eerst een douche. Ze stoken hier water is grote olievaten, je kunt een emmer tappen en die gooi je dan in een emmer waar een douchekop aan vast zit. Die emmer takel je naar boven, knoop het touwtje vast, zet de kraan van je douchekop open en je kunt douchen. Met 2 emmers kun je heerlijk douchen!

Na het douchen verwerken we ons brandhout tot mooie houtjes voor het kampvuur. Als we daarmee klaar zijn is het echter erg gaan waaien en bovendien best fris geworden. We duiken maar ons tentje in om onze mexicaanse maaltijd te bereiden. Als we die op hebben en afgewassen hebben waait het nog steeds behoorlijk. In plaats van van ons kampvuurtje genieten duiken we maar ons bedje in. Veel te koud hier!

Tuesday, September 17, 2013

Bijna schwein gehabt

Van Outjo, Namibie naar Onverwag, Namibie
Gisteren helemaal vergeten te vermelden dat we een zeer dom paard zijn tegengekomen. Het dier stond in de berm te grazen. Komen wij eraan wordt hij bang en gaat hij midden op de weg staan. Als wij langzaam richting het paard rijden gaat hij galopperen voor ons uit. Hij rent in het midden van de weg en kijkt afwisseling links en rechts achter zich naar ons. Wij geven meer gas en het paard gaat harder galopperen. Dan maar stil staan, we minderen vaart en het paard ook, als wij stoppen stopt ook hij maar dan wel nog altijd in het midden van de weg. We rijden weer weg en het paard begint weer te galopperen. Als ik probeer links te passeren gaat het paard naar links, ik wordt geblocked door een paard! Uiteindelijk lukt het ons ergens het dier met vol gas te passeren.

We pakken ons tentje in, ontbijten en verlaten dan onze camping. Eerst even tanken in het dorp en dan op naar de verbrande berg. We zijn net 10 km onderweg als Sander zich realiseert dat hij geen kniebeschermers om heeft. Die liggen nog op de camping op het muurtje. We keren dus om en rijden weer terug naar de camping.

Poging 2 om te vertrekken, deze keer hebben we alles bij ons en aan. Opeens zie ik links een wrattenzwijn aan komen sprinten. Sander rijdt voor me en ik roep dus nog pas op poemba! Sander duikt in de remmen en wijkt uit naar rechts. Poemba ziet ook opeens dat wij eraan komen en gaat ook in de ankers. Nu is het me al eens opgevallen dat die dieren een erg korte remweg hebben en dat is maar goed ook. Het beest zet alle vier de poten schrap en gaat op zijn kont zitten. Zo komt hij tot stilstand. Het arme dier zal nu wel blaren op zijn kont hebben.... Hij eindigt met zijn neus een centimeter of 10 van Sander zijn achterwiel. Daarna hoort hij mij aankomen en maakt hij snel rechtsomkeert de berm in.

Tot aan Khorixas rijden we over asfalt. In Khorixas tanken we nog een keer en doen we boodschappen. Ook hier stelt de supermarkt niet veel voor. We moeten onze braai maar even uitstellen en vanavond spaghetti koken. Na de boodschappen gaan we weer verder, vanaf nu weer over gravel.

Vandaag is het gravel een heel stuk minder mooi. Veel wasbordjes en een paar zand poelen. We stuiteren richting de Twijfelfontein. Daar zien we een leuk eekhoorntje zitten.

De Twijfelfontein zelf zien we niet, we waren al in dubio of we de schilderingen wilden bekijken maar toen we de entree fee zagen wisten we het zeker, ze kunnen ons gestolen worden.

We stuiteren verder naar de Organ pipes, die bekijken we wel.

Daarna nog een klein stukje verder naar de verbrande berg. De reden dat we hier heen zijn gegaan. Helaas stellen ze niet heel veel voor.

We rijden weer terug en zoeken een campsite. De eerste zegt een exclusieve campsite te zijn maar heeft eigenlijk niets. We rijden door. Nummer 2 heeft nog 1 plekje maar is ver boven ons budget en dat voor een oprit waar je het toch wel even warm van krijgt. Wasbordjes gecombineerd met zacht zand! Bij nummer 3 staan 2 auto's op het terrein. We stappen af en vragen of we kunnen camperen. Dat gaat niet ze zijn volgeboekt. Ik kijk om me heen en zie aan alle kanten enkel zand zonder tentjes. Goh meneer dat had ik niet gedacht. We keren weer om en verlaten nummer 3. Nummer 4 is ook een mooie, in the middle of nothing ligt er opeens een campsite. Er is verder helemaal niets in de wijde omtrek en ook de camping lijkt niet veel. Toch vragen ze 100 namibische dollar per persoon. Geintje zeker? Gisteren was het 90 (en dat was voor ons al veel) en hadden we een zwembad en internet.... We rijden maar weer door.

De weg is nog steeds 1 grote wasbord. En dan opeens komen we in een zandbak. Sander en ik rijden de hele dag al naast elkaar om geen last van elkaars stof te hebben. Beide zitten we nu in een bak zand en zwenken van links naar rechts en weer terug. Ondertussen zijn we wel aardig wat gewend maar van deze zandbak kregen we het toch wel weer eventjes warm!

Uiteindelijk eindigen we bij campsite 5, ook in the middle of niets maar deze vraagt ook geen 100 dollar. We zijn weer eens de enige op de camping en kiezen een mooi plekje tussen de rotsen.

Daar maken we onze spaghetti en daarna een kampvuurtje.

Monday, September 16, 2013

Vallende ster

Van Grootfontein, Namibie naar Outjo, Namibie
We worden wakker op restcamp Pondoki, Sander met een lichte hoofdpijn. Eerst een paracetamolletje en dan de spullen inpakken. Magda komt nog langs om ons koffie en thee aan te bieden, en dat terwijl we dus al gratis mogen kamperen en ook nog eens alle bier gratis hebben gekregen! Wij hebben ons ontbijtje ondertussen al op dus we bedanken voor het aanbod maar maken ons klaar om te vertrekken. Lala (de hond) heeft nog een afscheidscadeautje, ze loopt naar onze speedbag en tilt haar achterpoot op.....

Op de planning vandaag staat een meteoriet, en dan niet zomaar een meteoriet maar de grootste ter wereld! We rijden de 30 km en komen bij een leuk gebouwtje. Daar mogen we de entree betalen en dan door de tuin lopen om de meteriet te bekijken. Die ligt een aantal meter lager dan de rest van de grond. Ze hebben een soort arena eromheen gemaakt.

Maar ja ook op dit brok, voornamelijk, ijzer ben je zo uitgekeken. Redelijk snel besluiten we dan ook maar weer verder te gaan. Als we op de parkeerplaats staan worden we opeens in het Nederlands aangesproken. Een Nederlands stel is op vakantie in Namibie en komt even gezellig een praatje maken. Dat vinden wij natuurlijk wel gezellig dus we vertellen wat van onze reis en zij vertellen iets over hun reis. Weer horen we dat Etosha mooi is, tja wij willen wel naar Etosha maar ze laten geen motoren toe....

We zetten koers richting Outjo, het eerste stuk is asfalt. Opeens worden zien we een politieman die ons naar de kant dirigeert, we zien ook een lasergun. We hebben toch niet te hard gereden? Eigenlijk weten we niet of de maximum snelheid hier 120 of 80 is maar aangezien het feit we toch nooit harder dan 80 rijden doet dat er ook niet toe. We stoppen en zetten onze helm af. De politieman is niet in zijn beste humeur. Waarom rijden we zonder licht? Waarom? Tja weten we eigenlijk niet, we rijden overdag altijd zonder licht. Is dat een probleem? Ja het is verplicht met licht aan te rijden je krijgt een boete. Sander begint meteen te stijgeren, hoezo verplicht iedereen rijdt zonder licht?! En waar staat dat dan? Ik loop ondertussen naar de andere politieman, hij lijkt de baas van de 2 te zijn. Hij wil ons rijbewijs zien, dat is uiteraard geen probleem. Ik haal mijn rijbewijs en vertel dan dat we ons geinformeerd hebben naar de lokale regels (niet waar) maar dat daarbij verlichting voeren niet ter sprake is gekomen en dat we gewoon niet weten dat het verplicht is. De baas wil het laten zien in zijn handboek van wetten. Gelukkig leest hij over het reglement heen, ik niet en ik zie een boete staan van 1000 dollar, wijselijk houdt ik mijn mond. Omdat de politieman het reglement niet kan vinden zegt hij sorry het is echt verplicht maar ik wil je niet te lang ophouden. Nou meneer geen probleem! We pakken onze rijbewijzen aan en nemen afscheid. Ondertussen is de politieman met zijn slechte humeur bezig met een volgend (blanke) slachtoffer, een snelheidsovertreder. Wij zetten snel onze helmen op, zetten onze lichten aan, en vertrekken.

We rijden door, ondertussen hopend dat we snel van de hoofdweg af kunnen. Ik heb nu het wetboek een beetje gelezen en als ze willen kunnen ze je hier voor alles een boete geven. Geen verlichting, kapotte knipperlichten (bij mij ontbreekt het oranje plastic), je voeten niet op de stepjes, je handen niet aan het stuur, enz. Op het gravel kunnen we eindelijk weer rustig rijden, hier zijn namelijk nooit politiestops.

In Outjo aangekomen zoeken we een campsite. Blijkt alleen dat Outjo een beetje de toegangsplek is om Etosha te bezoeken, het dorpje leeft van toerisme. De campings zijn hier dan ook meteen een stuk duurder. Een supermarkt kennen ze hier echter niet! Er is 1 winkel die Outjo supermarket heet maar zelfs de lokale buurt Appie heeft meer! We kopen wat bier en gaan dan bij 1 van de campings onze tent neerzetten. Wel lekker dicht bij het zwembad.

Voor een dorp wat van toerisme leeft zijn er trouwens wel weinig toeristen. Ook op deze camping lijken we de enige te zijn. We duiken eerst het zwembad in, dat is weer eens ijskoud dus we zijn daar zo klaar mee. Dan zetten we onze tent op. Na nog wat computeren is het etenstijd. Eten kun je hier niet maar de man vertelt ons dat we naar de farmhouse moeten. Daar rijden we dus heen, we denken dat het een steakhouse is maar steak staat niet op de kaart. We bestellen 2 keer een russian met friet en salade. De russian is op maar in plaats daarvan maken ze hem met bratwurst of boerewors. Dan maar 1 met bratwurst en 1 met boerewors. Beide zijn lekker en met een gevulde maag keren we terug naar de camping. De eigenaar heeft ondertussen ons bier in zijn koeling gezet dus als we terugkomen kunnen we met 2 koude biertjes verder computeren.

Sunday, September 15, 2013

Pondoki!

Van de Dynosaur tracks, Namibie naar Grootfontein, Namibie
Het was vannacht ijskoud! De rijp staat op de bomen als we wakker worden. We zijn dan ook verkleumd als we ons bedje uitkomen. We hebben geslapen met de summer side up van de slaapzakken dat was niet zo handig.

We pakken de tent in en ontbijten in het zonnetje, langzaam aan wordt het warmer. Toch besluiten we onze jas en warmere handschoenen uit te pakken. Dat is even wennen, hadden die handschoenen dan ooit lekker gezeten? We voelen ons een mummy!

We rijden eerst naar Otjiwarongo om te tanken. Het is maar een klein stukje gravel en dan asfalt. Daarna rijden we weer een stukje naar het zuiden om de langste gravel route en een scenic route volgens meneer Michelin te pakken naar Grootfontein. Scenic kan het best geweest zijn dat weten we niet, het was namelijk erg zanderig dus we hadden geen tijd om om ons heen te kijken.

Ergens langs het zand lunchen we, we zijn langs een game reserve aan het rijden dus we hopen op veel beestjes. In het begin zien we enkel veel steenbokjes daarna een overdaad aan wrattenzwijnen tot slot komen we nog een gemsbok tegen die een hele tijd met ons meerent.

Rond een uur of 15 komen we aan bij Grootfontein. We willen eerst naar de spar voor wat bier maar helaas is de supermarkt dicht. Dan maar door naar “Die Kraal” een steakhouse en camping die een must is volgens de lonely planet. Die blijkt alleen niet meer te bestaan. We hadden al op internet gezien dat de camping misschien gesloten was maar ook het restaurant is er dus niet meer. Sander heeft nog een bord camping gezien en we rijden dan maar daar heen. De eigenaar blijkt ook een motorrijder te zijn en toevallig zit de motorclub aan de bar een biertje te drinken.

We worden dan ook hartelijk verwelkomd door Magda, Stef, Kobus, Waldi, Fanie en Andre en krijgen meteen een biertje toegeschoven.

Er worden wat verhalen uitgewisseld en we maken meteen van de gelegenheid gebruik om te vragen of de skeleton coast toegankelijk is. Dat blijkt niet zo te zijn, seizoensgebonden toegang voor motoren enkel en ze gaan pas in november open. We genieten rustig van ons biertje als iemand besluit dat het tijd is voor een shotje. Iedereen krijgt een Pondoki voorgeschoteld.

Een combi van Amarula, Kaluha afgetopt met Stroh rum van 80 procent. Een, twee, drie, proost, iedereen giet het mixje achterover. Vervolgens krijgen we allemaal nog een biertje, voor de mannen een halve liter voor mij (op verzoek) een kleinere. Nog een biertje verder en Sander en ik zijn niet geheel nuchter meer. Voor we de stad in gaan moeten we dus eerst maar even de tent opzetten en wat nuchterder worden.

Rond een uurtje of 18 gaan we terug naar de Spar. Magda vertelde ons dat die tussen 16 en 19 open is op zondag we willen er bier kopen (het restaurant en de bar van Pondoki zijn inmiddels gesloten) maar dat mag niet op zondag. Dan maar door naar het enige restaurant wat op zondag open is, de country yard. We strijken er neer en bestellen steak en pork chops. We krijgen uiteindelijk een steak en lamb chops, foutje van de keuken. Het lammetje smaakt prima dus we eten hem gewoon op. Vervolgens kopen we nog 2 biertjes om mee te nemen en dan gaan we terug naar onze camping. Ook daar zijn we weer in ons uppie. We maken een klein vuurtje en drinken ons biertje. Als het vuur gedoofd is gaan we maar slapen.

Saturday, September 14, 2013

Dinosaurussen

Van Windhoek, Namibie naar de Dynosaur tracks, Namibie
Midden in de nacht zijn er weer mensen gearriveerd. Echt een rare camping is dit het iedere nacht komen en gaan er mensen! Na het ontbijt ruimen we de tent op en vertrekken we. Eerste halte is het tankstation. We gooien de tank vol en zetten koers richting Okahandja. We rijden over het asfalt en we ontdekken dat het toch alweer nog een beetje fris is.

In Okahandja tanken we nog een keertje en doen we boodschappen, we besluiten vanavond zelf te koken dus moet er naast brood ook avondeten gekocht worden. Als dat gedaan is gaan we verder. We willen graag van het asfalt af dus we kiezen voor de langste gravel route naar de dinosaurus sporen.

Zo'n 40 km voorbij Okahandja duiken we een D-weg op, het is nu gedaan met het asfalt.

We zien witte gravel, roze gravel, bruinige gravel en soms ook stukjes zand. We gaan lekker met een vaartje van 60 km per uur als het opeens los zand wordt. Ik zwabber meteen de hele weg over. Uit laten rollen dus, terug schakelen en doorrijden. Zonder vallen komen we het zand stuk door.

Het voordeel van de D-wegen is dat je geen checkpoints meer tegen komt, ook zie je meer dieren. Om de haverklap steken er groepjes wrattenzwijnen de weg over. Eentje is een beetje dom, hij is bang voor ons en rent met ons mee. Zijn vriendje is slimmer, die keert om en rent in de tegengestelde richting, die zijn we dus zo voorbij. Een stukje verder komen we een al net zo'n snugger antiloopachtig beest tegen. Het rent in blinde paniek voor onze motoren uit, tot het besluit om te keren en vervolgens met het gewei tegen een hek aan te rennen. Best wel zielig.

Na iets van een uurtje rijden komen we opeens bij een hek. Op het hek staat iets van een game reserve. Je gaat ons toch niet vertellen dat hier een national park is? Daar mogen motoren namelijk bijna nooit in. Er zijn mannen aan het werk en die lopen naar ons toe. Ze zeggen dat het een park is en of we daar heen willen. Als we uitleggen dat we gewoon de weg willen volgen naar Kalkfeld zeggen ze OK geen probleem en ze openen het hek voor ons. We rijden het park binnen en vervolgen de D-weg. We zien meteen al gnoes lopen. Een stukje verderop staat een giraffe. Helaas zijn alle beesten nogal angstig aangelegd en zijn ze weg voor we de camera erbij hebben kunnen pakken.

In het begin is de D-weg ook nog hetzelfde gravel als ervoor maar dan opeens komen we weer in een grote zandbak. Deze keer zie ik het op tijd. Remmen, terugschakelen en al staand werken we ons een weg door het zand. Ik zie een mooie boom en besluit dat het lunchtijd is. We parkeren de motoren gewoon op de weg, wel een beetje aan de zijkant en gaan zitten lunchen. Als we ons brood op hebben stappen we weer op en ploeteren verder door het zand. Dat duurt niet lang meer en dan komt er weer een hardere grond onder onze wielen.

Aan de andere kant van het park is weer een hek. Ook hier staat iemand bij, hij noteert onze kentekens (op een A4tje waar verder enkel tekeningen op staan) en we mogen door. We volgen de D-weg tot we bij de dinosaurus tracks aankomen. De campsite is van een Duitser. We worden in het Duits met een paar woorden Engels begroet en krijgen de uitleg waar de sporen te vinden zijn. Een medewerker brengt ons naar de camping, die hebben we helemaal voor ons zelf.

We zetten onze tent neer en constateren dat we echt in de middle of nothing zitten. Maar goed dat we toch al wilden koken want een restaurant is hier niet. Bier dat kunnen we ook wel vergeten want een bar is er net zo min. Stroom is er ook niet. Gelukkig wel (warm) water.

Als de tent staat gaan we de sporen bekijken. We lopen de route naar de 'Big tracks' onderweg zien we veel bavianen. De grote sporen vallen ons nogal tegen, is dit van een grote dinosaurus?

Daarna lopen we naar de 'Small tracks'. Hoeveel kleiner kunnen dinosaurus voetjes zijn? Nou veel kleiner hoor zie maar!

We lopen terug naar de tent en computeren wat. Daarna nemen we een douche en dan is het alweer tijd voor het avond eten. We maken een maaltijd met rijst, blikgroente en blikkip, het eind resultaat is verrassend goed! Na het eten is het tijd voor de afwas en dan gaan we bij ons zelfgestookte kampvuurtje zitten.

Friday, September 13, 2013

McDonalds

Nog een dagje Windhoek, Namibie
We zitten om 7 uur weer aan de bar voor ons ontbijt en wederom duurt het toch nog ruim een half uur voor we eindelijk ons ontbijt hebben. We eten het snel op en gaan daarna lopen naar de Honda garage.

De laatste dingen gaan best snel, nog even een knipperlicht monteren, 1 remklauw reinigen, de luchtfilters uitblazen en de osco afvullen. Voor 12 uur zijn we klaar. We besluiten de motoren even te laten staan en de stad in te lopen om op zoek te gaan naar een UV filter voor onze nieuwe camera. Sander wil namelijk de camera weer om zijn nek hangen maar de nieuwe heeft geen lensbescherming. Helaas is het een hopeloze zoektocht, ze hebben wel UV filters maar niet in onze maat. We keren dan ook met lege hangen terug bij de garage.

We lunchen bij de garage, betalen de rekening en gaan dan terug naar de camping. Die heeft een ongelofelijk onhandige oprit (op een schuine helling) met een hek wat op slot zit en geen bel. Zowel Sander als ik kunnen onze motor hier niet neerzetten om iemand te gaan halen om het hek te openen dus toeteren we net zo lang tot er iemand komt kijken, dat is uiteindelijk niet eens iemand van het personeel (wat gewoon om het hoekje staat de was op te hangen ontdekken we later) maar een andere gast. Die roept iemand van het personeel om een sleutel te halen.

We computeren even aan de bar tot het tijd is om naar Wulf van VK Auto Electric te gaan we moeten onze banden nog betalen. Die worden dan later opgehaald door de Honda garage om tegelijk met de nieuwe kettingen vervangen te worden.

De rest van de middag besteden we aan het uitwerken van onze route in Namibie. We willen wat gravel wegen in de planning opnemen en er is ons verteld dat je even goed moet opletten waar je kunt tanken. We maken een rondje Noord Namibie en dan terug naar Windhoek en dan van Windhoek naar Zuid-Afrika. Hopelijk houden onze kettingen en banden dit nog vol want het rondje wordt uiteindelijk ruim 2000 km.

We gaan 's-avonds naar de lokale McDonald's (DoRegos) volgens de borden is die net open. We besluiten voor een fish en chips, een burger menu en een salade. De plaatjes zien er goed uit. We worden geroepen als ons eten klaar is en ik loop naar de balie. Daar staan 3 dienbladen klaar. Alle 3 met een groot bord. De porties fish en chips en de burger zijn al genoeg als maaltijd maar we krijgen dus nog zo een bord met feestelijk opgemaakte sla. We zijn erg blij verrast. Voor nog geen 7 euro hebben we een erg goede maaltijd, veel beter dan de McDonalds en ook zeker veel meer!

Na het eten gaan we terug naar de camping, daar drinken we een biertje en doen we een spelletje tot het tijd wordt te gaan slapen.

 
Design by Wordpress Theme | Bloggerized by Free Blogger Templates | free samples without surveys